Levensverzekering hypotheek

Levensverzekeringshypotheek/beleggingsverzekeringshypotheek

Bij de leven(sverzekerings)hypotheek wordt voor de aflossing een polis aan de hypotheek gekoppeld, waarbij de opbrengst voortkomt uit belegging van de betaalde premie in beleggingsfondsen. Veelal werd in de betreffende polis ook de overlijdensrisicoverzekering opgenomen. Deze polissen kenden vaak veel (verborgen) kosten, waardoor de ontwikkeling van de waarde van deze polissen na enkele slechte beursjaren sterker tegenvielen dan alleen op basis van de koersontwikkeling verwacht mocht worden. Hier is veel protest tegen gekomen, waarna er een norm werd gesteld voor de maximale kosten die verzekeraars in rekening hadden mogen brengen. De in het verleden te veel in rekening gebrachte kosten dienden verzekeraars te compenseren in de (afgekochte) waarde van de betreffende polis. Bij polissen met een relatief hoog verzekerd kapitaal waren de mogelijke nadelen groter door het zogenaamde ‘’inteereffect’’; De overlijdensrisicoverzekering opgenomen in de polis was steeds gebaseerd op het verzekerde bedrag minus de opgebouwde beleggingswaarde in de polis. Naarmate een polis dus in waarde stijgt, hoeft er dus per saldo steeds minder te worden bijverzekerd, waardoor de overlijdensrisicopremie geleidelijk zou dalen. Veelal ging men bij het aangaan van de polis uit van een gemiddeld rendement van 8% of meer. In de kostenberaming van de overlijdensrisicoverzekering werd daar ook van uitgegaan. Als dan echter door een tegenvallend rendement (of zelfs beursdalingen) de opgebouwde waarde in de polis ernstig tegenvalt, dient er in die betreffende jaren dus een hoger bedrag bijverzekerd te worden. Een hoger bedrag bijverzekeren betekent een hogere premie die wordt onttrokken uit het toch al lagere beleggingsresultaat. En vaak waren en zijn juist de overlijdensrisicopremies relatief hoog in deze polissen. De waarde van de beleggingen daalde dus door de crisis, door de constructie van de polis werd er juist op een ongelukkig moment extra veel premie aan die al gedaalde waarde onttrokken, waardoor veel polissen ondanks de compensatie voor kosten toch een aanzienlijk lager eindkapitaal zouden realiseren of zelfs leeglopen. Dit geldt niet voor alle polissen. Polissen met een lage kostenstructuur, geen of een lage overlijdensrisicoverzekering, wellicht zelfs een garantierendement en goede beleggingsfondsen, kunnen nog altijd interessant zijn. Het is daarom per polis te analyseren of een omzetting wel of niet tot verbetering leidt.

Voordelen

  • maximaal fiscaal voordeel door volledige renteaftrek gedurende 30 jaar
  • geen premieverhoging bij rentedaling
  • hoge opbrengst mogelijk
  • indien in box I, dan belastingvrije vermogensopbouw

Nadelen

  • onduidelijkheid over kosten
  • opbrengst niet gegarandeerd
  • bij combinatie met overlijdensrisicoverzekering mogelijk inteereffect bij ongunstige beursontwikkeling
  • geen renteaftrek indien afgesloten na 31-12-2012, wel indien overgangsregime